rijstblog

Op zoek naar rijst langs de zijderoute

Goodhorning China!

De fietstocht van Sary-Tash (Kyrgistan) naar de grens bleek zeer idyllisch te zijn. De laatste nachten kamperen met ons internationaal peleton waren er om nooit te vergeten. Sabine ontpopte zich tot een ware pyromaan en stak telkens een kampvuur aan (eindelijk weer bomen, dus ook weer hout!). Om nomansland te doorkruisen moest er blijkbaar betaald worden om onze veiligheid te kunnen garanderen. Voor die 3 dollar mocht de weg er wel wat beter bij liggen. De hongerige magen waren klaar voor een eerste chinese maaltijd. Na een uur wachten in het restaurantje bleek onze bestelling nog steeds niet tot de keuken te zijn doorgedrongen. En de tweede portie thee bleek noedelwater te zijn. Misschien hadden ze daar niet zo graag buitenlanders? Gelukkig was het eten zeer lekker, eindelijk iets anders dan geitensoep met patatten en kool.

De eerste 200 kilometers in China kregen we niet cadeau: wegenwerken!  Na een 50-tal stoffige en bobbelige kilometers zagen we eindelijk een plaats om te kamperen: aan de overkant van de rivier. Zeer verfrissend ’s ochtends om de dag mee te beginnen. Een tweede lange dag vol wegenwerken later – maar wat een landschap! – zet iedereen zijn tent snel ergens op want het was al laat (en wie verwacht nog regen na 3 maand?). De volgende ochtend worden zowel wij als Sabine wakker met een kleine rivier onder de tent. De regen bleek niet van ophouden te weten, ergens diep uit de kelder van ons zakken vissen we regenbroek & -jas op. Als verzopen waterratten duiken we 120km later op in de jeugdherberg in Kashgar. Daar bleken nog een heleboel andere fietsers te verblijven, de meeste hadden we ergens al eens tegengekomen. Blij weerzien, verhalen en pintjes uitwisselen en dan kennismaken met de Chinese bedden. Een houten plank met een halve centimeter matras erop.

  

Dit alles maakt het blijkbaar zeer moeilijk voor iedereen om Kashgar te verlaten. Wegens de grote uittocht van de Chinese studenten zijn alle treintickets 10 dagen op voorhand uitverkocht. De bussen zijn propvol geladen waardoor er geen fietsen meer bij kunnen, en om een ticket te bemachtigen moet je de strijd aangaan met 500 Chinezen. Het betere ellebogenwerk kan hier van pas komen. De grens met Pakistan blijkt om een of andere onduidelijke reden gesloten te zijn. Uiteindelijk besluiten we om toch op de fiets te springen richting woestijn ipv te wachten om de 700km tot Kucha met het openbaar vervoer af te leggen. Afscheid nemen is niet leuk, maar we hebben een ongelofelijk plezante tijd gehad.

Wat hebben we ondertussen verloren in China:

  • Één sandaal van Tine (net de dag dat je die echt nodig hebt om een rivier over te steken)
  • De tentpiketten (ondertussen behelpen we ons met grote nagels)
  • Het afwaszakje (nu hebben we een gouden sponsje)
  • De keukenhanddoek (toegegeven, na 5 maand was die ook wel aan vervanging toe)
  • Een T-shirt van Tim
  • nog een kilo vet (Tim)
  • De tafelmanieren
  • 3 fietskompanen

Fietsen in China is een stuk comfortabeler dan in Centraal Azië:

  • de wegen zijn veel beter al werden we gedurende meer dan honderd kilometer geplaagd door wegenwerken, maar dan nog is de weg beter dan wat we in de Pamirs voor onze wielen kregen. Geen wonder dus dat we hier ons dagrecord bijstelden tot  156km.
  • Eten is veel makkelijker te verkrijgen zowel restaurantsgewijs als voor de zelfkook.
  • Kampeerplaatsen zijn alvast hier in het oosten onverwachts makkelijk te vinden en waar er teveel volk woont om wild te kamperen  is er dan weer altijd een goedkoop hotel te vinden.
  • Geen onverwacht opduikende andere weggebruikers, de claxons van de Chinese voortuigen zijn verbonden met het gaspedaal

Na Kashgar hebben we het met z’n tweetjes verder gedaan en dat was ook weer gezellig en leuk, vlotjes deden we meer dan 1000km op 14dagen.
Via de woestijn waar er na 2 geestige fietsdagen een tegenwind van jewelste opstak waardoor we besloten te liften tot Kuqa kwamen we in de Chinese Grand Canyon. Opnieuw bergen dus tot dicht bij de 4000m hoog, maar zeer de moeite. Veel meer rust en tijd voor elkaar waren zeer welkom, we hebben er echt wel een plezante 2 weken opzitten ; de twee stijfkoppen die we zijn zorgden wel weer voor enkele van de betere discussies die de wereldvrede ongetwijfeld weer een stap dichter bij bracht:
Tim : “Ik haat dit soort zacht oplopende hoogvlaktes!”
Tine : “Dat is geen vlakte maar een vallei anders zou het hier plat zijn”
Tim : “Vallei, vallei, als dat een vallei is dan ben ik Pippo de Clown”
enzoverder enzoverder
20 km later : Tim : “Die valleivlakte blijft wel duren he?”
enzoverder enzoverder

Verder kunnen we het kort houden dat het hier goed is en we ons nog amuseren, meer uitleg volgt binnenkort live in België; de weinige tijd die ons hier nog rest willen we aan meer dan het internet spenderen.

Groetjes uit Turpan!
(laagste en warmste plaats van China, zeer aangenaam na de bevroren koerspullen van een paar dagen geleden)

Advertenties

Fietsen door de Pamir (ver van iedereen)

De tweede zin van deze parel van het vlaamse lied luid “fietsen met z’n beide, jij en ik alleen” maar dat vonden wij maar wat te alleen dus rijden we nog steeds met ons internationaal peleton van 5.

De eerste 2 weken fietsten we langs de Afgaanse grens en zoals je dat zou verwachten waren er aan de overkant vaak explosies te horen maar daar trokken de lokalen zich niets van aan, met ezeltjes klauteren ze op de rotsflanken. Ook veel explosies bij de leden van het internationaal peleton, iedereen moest eraan geloven en ondertussen kennen we alle mogelijke engelse termen voor kots en diarree (de mooiste vind ik “firing on two cilinders”). Dus maakten we van gezond water (uren zitten filteren en koken) en eten een prioriteit, elke avond kookten we degelijke kost menige curry, patattanpuree en zelfs stoverij passeerden vervolgens zonder problemen ons spijsverteringsstelsel.

Lunchpauze

De Tadjiken voerden hier in de jaren negentig nog een burgeroorlog en dat zorgde ervoor dat wildkamperen niet overal aan te raden was wegens vergeten landmijnen.
De Pamir is een zus van de Himalaya dus we moesten klimmen naar 4000m en meer en dat gaat hier met snokken, één dag gingen we 1600m omhoog op onverharde weg, laat ik de details later bij het haardvuur eens vertellen maar dat was geen pretje. En Tine die klom als was ze de dochter van Lucien Van Impe op het gemak naar 3300m; Ian zagen we na de afdaling terug in Kalaikum waar hij de dag ervoor naartoe was gelift wegens problemen met beide cilinders (zie boven), gelukkig had hij een devote moslim als chauffeur die elk uur moest bidden (zoals Ian het in zijn sappig australisch zei : “they prayed while I sprayed”).

Na de hereniging van ons peleton ging het niet meer onder de 3600m voor 2 weken en dat voelt een mens, gelukkig bleef het beperkt tot een vreemde kortademigheid waardoor we bij het klimmen soms om de 20m moesten stoppen om op adem te komen. En het werd na maanden ook nog eens lekker fris waardoor we gezellig in de tent met dichtgeritste slaapzak konden slapen, ’s morgens een pelleken ijs en ontbijt met muts.

kamperen op 4200m

Naast ezels, geiten en schapen begonnen we nu ook Jaks tegen te komen; van de prachtige Ibexen en Marco Polo schapen die dit gebied bewonen konden we alleen maar de schedels en horens bewonderen die de Pamiri fier uitstallen, van het sneeuwluipaard (gelukkig?) geen spoor.  De hoogste pas mat 4655m en wie dan denkt dat hij beloond wordt met een mooie afdaling had het verkeerd: 30km hotsen en botsen over keien aan een gemiddelde van 10km per uur met vrees dat ons materiaal het zal begeven.
Ik had eerlijk gezegde nooit gedacht dat ik met mijn velootje ettelijke honderden kilometers op zo’n slechte wegen zou rijden (1 dag deden we amper 30km op 5 fietsuren) maar het landschap waar we doorheen gingen maakt dat allemaal goed.

fietsen?

Hard labeur dus maar er waren ook talloze ervaringen die het leven hier aangenaam, interessant en zelfs vaak dolle pret maakten:

  • kuren in de warmwaterbronnen langs de weg
  • vodkaatjes met Jeremy de Canadees
  • Honderden enthousiaste Tadjikse klein mannen die alleen maar een high five of een klapke willen doen om hun Engels te scherpen, soms kon je je in de Tour de france wanen. Af en toe duwden ze ons zelfs de berg op, waarvoor eeuwige dank!
  • de mooie vrouwen die je sluiks toekijken
  • abrikozen à volonté
  • het zicht op besneeuwde 6000ers
  • gesprekken met Tadjiken
  • zalige stilte
  • Sabine die na 3 weken op 4200m plots een chocomousse voor iedereen tevoorschijn tovert
  • de jaloerse blikken van de toeristen die vanuit hun jeep deze legendarische route afleggen
  • een goed bed om de 6 dagen in een homestay
  • 5 grote mensen die zich betrapt voelen als de manager de hotelkamer binnenkomt met onze benzinevuurtjes in volle gang om de souper te bereiden
  • sterrenhemels om van te dromen (met melkweg en vallende exemplaren)
  • een warme douche om de 10 dagen
  • en de kers op de taart : elke dag lekker wildkakken

Het was een schitterende maand in de Stans, waar ik jullie graag meer over vertel dit najaar (ja soms denk ik al eens aan den Belgique en ik kijk er ook naar uit om jullie terug te zien)

maar eerst nog even China doorfietsen hé. Toedeloe en tot later.

Groet,

Tim De Dobbelaere 26 augustus, Osh, Kirgystan. (met dank aan Tine Van de Kerckhove voor de tekstrevisie)

 

PS: wie zich net zoals wij enige zorgen heeft gemaakt over de eerder vermelde explosies in Afganistan, ze hadden allemaal te maken met de aanleg van een weg langs de rotsige bergen.

ps2: een uitgebreide fotoselectie volgt later

Tour de Central Azië

Na het uitzieken van Tim en het visa-geregel waren we blij om de 300km tussen Buchara en Samarkand te fietsen. Niet meteen de meest overweldigende landschappen maar wel een goede opwarming. Aangekomen in Samarkand ontdekten we 8 andere fietsers in het hotelletje. Het was een blij weerzien met Jeremie en Sabine, en we besloten om de Pamir Highway samen te fietsen. Samarkand is alweer een pareltje: prachtige Medressas, graftombes, Moskeeën, … De stad is volledig gerenoveerd en sommige ingrepen zouden in Europa niet echt geapprecieerd worden. De oude stadsdelen waar de lokale bevolking woont zijn van de toeristische trekpleisters afgescheiden door muren en nietszeggende gallerijen vol souvenirwinkeltjes die allemaal hetzelfde verkopen. Tegelwerk restaureren hoeft niet moeilijk te zijn de ontbrekende stukken kan je overschilderen in een kleur die mag afwijken van het origineel. Interieurs worden volledig opnieuw gedaan in plaats van te restaureren. Het plaatje lijkt perfect van ver maar is verre van perfect. Het blijft wel een indrukwekkende stad!

De laatste dag voor ons vertrek richting Tadjikistan sloot Ian, een Australische professor, ook aan bij ons internationaal peleton. De grensovergang die we wilden nemen bleek gesloten waardoor we een extra 100km moesten afleggen. De teleurstelling om niet in de Fan Mountains te kunnen fietsen was snel vergeten nadat we 5 schitterende fietsdagen in Uzbekistan tot Dushanbe, hoofdstad van Tadjikistan, beleefden. Fietsen met 5 vergt wat aanpassing maar we geraken op elkaar ingespeeld. Tot nu toe was het dolle pret, ondanks de 10 platte banden van Sabine en een zieke Jeremie.

Wat was er te zien en te doen onderweg:

– Een 15-tal enthousiaste dames met kalkoenen die Ian’s tandenbrekende koekjes ook niet konden appreciëren

– Een ezel die jammerlijk van de spoorwegbrug naar beneden hing aan zijn achterpoten

– Gieren & arenden die boven ons hoofd cirkelden

– Er is dus toch meer in Uzbekistan dan platte wegen met tegenwind: canyons & bergen!

– Veel te veel checkpoints met veel politie-interesse voor ons internationaal peleton

– Een stempel om Tadzjikistan binnen te mogen was alleen te verkrijgen na een bollywood-dansje met de officier (strange!)

– Tadzjiekse fietsers die 10 km bergop meefietsen zonder een woord te zeggen

– De beste avondmaaltijden sinds lang: voor 5 koken geeft meer variatiemogelijkheden en een professor in voedingsleer geeft interessante insteken

– De 3de grootste aluminiumfabriek in de wereld (verbruikt 75 % van de elektriciteit in Tadzjikistan)

– …

Momenteel maken we onszelf en de fietsen klaar om de grootste uitdaging tot nu toe aan te gaan: de Pamir Highway! Als alles goed gaat zitten we morgen weer op de fiets om 1200km later en een aantal passen boven de 4000m later de grens met Kirgizstan te bereiken.

Toerekemenistan en Uzroepistan

Toereke-menistan

Na 4 dagen wachten in Mashad bekwamen we eindelijk ons transit-visum voor 5 dagen in Turkmenistan (alle formaliteiten hadden we al geregeld in Teheran maar consul is waarschijnlijk een zware job).
De eerste avond werden we al direct in huis genomen samen met onze Engelse gezellen met wie we even een peletonnetje vormen. (zie HongKong cycle.com)
Elke shot vodka moest worden voorafgegaan door een toast door iedereen in het gezelschap.Wij sliepen heerlijk in het buitenbed met muskieten-net tot John en Michael om 5u s’ ochtens besloten te vertrekken, met enige moeite lukte dat. De 50°C die we hier ’s middags krijgen vereisen dit eigenlijk wel.Na 100km haardroger-tegenwind trotseren en met een 10 km lang escort van een groep Turkmeense fietsertjes bereikten we een restaurantje waar we ook de nacht mochten doorbrengen.

Aangezien we maar 5 dagen kregen om 500km af te leggen was dit het uitgelezen moment voor een of andere vuile bacterie om mijn (Tim) tere maag- en darmstelsel wat te teisteren. En omdat een mens af en toe een beetje moet lijden (een uitspraak die een woestijnbewoner ons vertelde toen we puffend even halt hielden) zijn de Turkmeense WC’s van de allerergste soort (even zoeken naar de beginscène van “slumdogmillionaire” en je zal het beter begrijpen). Gouden tip: eet geen vleesstoofpot die waarschijnlijk al 2 dagen buiten in een gigantische pot staat te pruttelen. Gedaan met fietsen, de rest van de afstand tot de grens en Bukhara (in Uzbekistan) werd met een combinatie truck/trein/busje afgelegd waar Tim een aantal dagen kon uitzieken.

Hoewel zeker niet altijd letterlijk was Turkmenistan een verademing tegenover Iran op een aantal vlakken : verstaanbaar(der) schrift en taal, eindelijk weer een pintje, geen hoofddoek meer voor Tine (dat scheelt een veste), geen ingewikkelde beleefdheidscodes meer, gewoon rechtoe-rechtaan eerlijk.

Uzroepistan

De hoge pieten van de grenscontrole hebben het niet begrepen op oudere vrouwtjes op bankjes, deze worden dan ook hardhandig en met veel gerucht weggejaagd. Taxi-chauffeurs vechten om klanten als er weinig volk is. Na wat getrek en gesleur eindelijk op weg, maar het bekvechten gaat nog een half uurtje verder over de telefoon op een hels volume. Welkom in Uzroepistan!

In Bukharalagen we gelegerd in een prachtig oud huis van een bejaarde Olympische sprinter. Voor amper 10 dollar hadden Tim en ik de eer om in de grootste kamer van het huis (prachtig gedecoreerd) 5 nachten door te brengen. Terwijl Tim wat uitziekte verkende ik (Tine) het nachtleven samen met een Fransman & een Britse backpacker met als resultaat dat ik de volgende dag minder aan te spreken was. De stad is klein maar zeer gezellig & prachtig gerestaureerd.

Na een paar dagen de toerist te hebben uitgehangen namen we de trein (fietsen bleven bij onze gastheer) richting Tashkent om de ontbrekende visa te regelen. Ondertussen veel rondgedwaald in de hoofdstad. Elk kanaaltje, vijver en fontein wordt door de bewoners gebruikt om verkoeling te zoeken. Na een zwembeurt wordt schaak gespeeld op de oevers. De gigantische bazaar voorzag ons van het nodige veilige voedsel (ja, we kijken nu toch wat beter uit) én een zomers kleedje voor Tine. Wat een feest! En dan nog eens op het reuzenrad dat bij nadere inspectie toch wel krakkemikkig leek. Maar na 80 jaar dienst werden ook wij weer veilig aan de grond gezet. Vakantie!

De metro wordt door 6 man per halte bewaakt met als gevolg dat er veel verveelde agenten rondlopen. Deze doen niets liever dan je paspoort vragen om je naam te proberen uitspreken en vragen te stellen over Jean Claude Van Damme. Één keer waren we zonder paspoort op weg wat ons toch drie kwartier in een bureautje gekost heeft. Met handen en voeten iets proberen uitleggen aan dovemansoren zorgt voor frustraties aan beide kanten. Gelukkig heeft één van de 6 agenten dan uiteindelijk toch iemand uit de metro gepikt die een beetje Engels kon waarna we onze weg konden verderzetten.

Het regelen van de visa ging zeer vlot, elke werkdag eentje verkregen zonder te veel gedoe. Dit is duidelijk de beste plaats in Centraal Azië om visa te regelen! En ja, we hebben ook weer fietsers tegengekomen. Twee sympathieke Amerikanen deze keer die van Portugal naar China reizen. Visa regelen is voor hen toch een pijnlijker affaire dan voor ons. Ongelofelijk hoe een paspoort je reis kan bepalen.

Nu zijn we terug in Bukhara, morgen vertrekken we ‘stupid o’ clock’ (zoals een backpacker het ochtendlijke vertrekuur van fietsers noemt) richting Samarkand.

De Pamir Highway is ondertussen al een tijdje aan het roepen.

Nog steeds zonnige groetjes! (geen idee waarom we die regenkleren meesleuren) 🙂

foto-update uit Uzbekistan

ondertussen zijn we aanbeland in Tashkent. Een verslagje van onze trip tot hier volgt binnenkort.
Er zijn nieuwe foto’s van Iran te bezichtigen en de kaart is bijgewerkt.

tot binnenkort!

into the dessert

Fietsen in Tehran was interessant. Het verkeer lijkt op een mierennest waar net iemand met een stok in geprutst heeft. Maar uiteindelijk botsen er verbazingwekkend weinig mieren (auto’s, moto’s, bussen, voetgangers en ja, ook fietsers) op elkaar. Iran is zo’n beetje een trechter waar alle fietstrekkers door moeten om hun tocht verder te zetten. Zeer grappig! In Tehran hebben we meer fietsers ontmoet dan backpackers, allemaal visa aan het regelen voor de stans. Na Tehran namen we de bus tot Esfahan (prachtige stad! Eindelijk bomen & parken om te relaxen en te ontsnappen aan de warmte).
Van daaruit fietsten we 300km door de woestijn richting Yazd. Wat hebben we daar geleerd?

Dagschema:

– 6u-12u: fietsen is mogelijk

– 12u-6u: meloenen eten, water drinken, family guy kijken, middagdutje

– 6u-9u: fietsen is mogelijk

– 9u-6u: wordt het koud ’s nachts in de woestijn? Nope!

Woestijnkoken:

– Men neme een blik saus, plaats dit 1u in de zon, open het blik, voeg peper en zout toe naar smaak, smakelijk!

– Men neme een donkere fles, vul deze met water, plaats deze een uur in de zon, doe 1 à 2 lepels nescafé in een tas en naar smaak suiker, voeg water toe.

– Men neme een fles water en een washandje, maak het washandje nat en plaats dit over de fles, als het washandje droog is opnieuw natmaken, na 1u heb je terug fris water.

– Proef steeds een klein beetje van het water dat je denkt te filteren vooraleer je je tent installeert. Indien het zout smaakt: zoek een betere plaats of ga ergens anders water zoeken. Doe dit zeker als je in een zoutwoestijn fietst (stupid Belgiums!)

Gevaren:

– Indien u te enthousiast aan de dag begint en zeker voor de middag de afstand wil overbruggen, hou er rekening mee dat de laatste 20 km tegenwind én omhoog kan zijn (ik had het nog zo gezegd, Tim!)

– Het landschap is echt wel monotoon. Slechte humor komt bovendrijven.

– Indien u de donaties van truckchauffeurs (5kg komkommers, 3kg pêchen en 2 meloenen) op uw fiets bevestigt, zorg dat het gewicht niet allemaal op 1 kant zit indien u geen spaken wil breken.

Aangekomen in het hotel in Yazd blijken we de helft van de mensen al in Tehran en Esfahan gezien te hebben. Grappig en plezant! Na een paar dagen relaxen in deze bakoven namen we de bus richting de grens met Turkmenistan. Om de lange busrit naar Mashad te breken namen we een tussenstop in een echte woestijnoase; wat ons een verademing leek op de foto’s bleek eigenlijk gewoon weer een snikhete plek met palmbomen en een riviertje => gevolg : nauwelijks iets kunnen bezoeken aangezien we fysiek verplicht waren de namiddag zwetend op ons picknickdeken door te brengen bij 54° in de schaduw.

Aangekomen in Mashad bleek de Turkmeense ambassade niet open te zijn en blijkt deze ook 2 dagen later geen visa af te leveren. Woensdag moeten we zeker het land uit zijn, dus dat wordt een busritje naar de grens.

Iran is een land om hartstochtelijk lief te hebben en te haten en dat soms opeenvolgend meerdere keren op één dag, geen weg tussenin. Gisteren werd mijn fiets vakkundig en gratis hersteld, vandaag zitten we hier vast omdat we niet aan ons transitvisum voor Turkmenistan geraken.
Eergisteren kon onze fiets enkel op de bus mits fors bijbetalen, even latere komt een man me spontaan de hand drukken en omhelzen omdat hij me graag mag denk ik dan.

Met gemengde gevoelens steken we morgen (hopelijk) de grens over om de Stans te gaan verkennen.

Warme groeten!

Fratsen bij de Farsen

Wat wij tot nu van Iran hebben ervaren is:

  • dat het lekker fietst, mooie wegen die niet al te steil de berg op gaan.
  • dat het een schitterend (wild)kampeerland is met vele plekjes, fruitgaarden, picknickplekken waar je je tent kan opzetten. 
  • dat het er hier soms wat uitziet als latijns-amerika denken we (want we waren daar nog niet) door de ezelrijdende schapen-hoeders met hun strooien hoeden, het wagenpark van voor de revolutie en de dorre bergen.
  • dat de vrouwen hier meer lol hebben dan de mannen 
  • dat de bevolking graag wil weten wat wij van hen vinden en denkt dat wij hen aanzien als “not good”. Omdat daarop ingaan echt wel een onnozele discussie oplevert zeggen we gewoon “Irani people OK” en dan zetten we spontaan “De wereld is een toverbal” van Urbanus in. 
  • dat de was hier vlot droogt wat voor nomaden als wij een gemak is; de natuurlijke droogmachine ging hier al vlot over de 38°.
  • dat pick-nicken een nationale sport is, ook weer heel leuk voor ons want de voorzieningen zijn overal en niemand kijkt je raar aan als je je dekentje uitrolt. De grootste groepen pick-nickers zijn trouwens te spotten na zonsondergang op elke plek waar wat gras is.
  • dat kaartlezen hier een nieuwe dimensie gekregen heeft door de Farsi wegwijzers en de kaart met schaal 1:2.000.000; anderzijds kunnen we de meeste wegen wel voor 200km lang blijven volgen.

De beelden van vrouwen in zwarte doeken en mannen met doeken op hun hoofd en wijde broeken: we zien ze nu dagelijks maar gevaar gaat er precies niet echt van uit. Wij daarentegen zien er veel minder stijlvol uit met onze bezwete outfits vol zoutkringen en andere vlekken. Maar het is de binnenkant die telt hé!

Rezvan en Amid waren onze gastvrouw en –heer in Tuyserkan, jonge twintigers die het goed stellen en hun appartement graag delen. We hadden er een superleuke avond met hun vrienden en dansten en picknickten er tot laat.

Wie op zoek is naar aandacht kan hier zijn hart echt ophalen, op voorwaarde dat je met een zwaarbeladen fiets door het land toert; dagelijks moeten wij tot veertig keer uitleggen wie wat en waarom; vooral ondergetekende wordt daar af en toe stapelzot van als de zoveelste Perz je tijdens een klim bij 35° vanop zijn mobilet ondervraagt of zelfs (vriendelijk dat wel) vraagt om even te stoppen omdat hij met je op de foto wil. Gelukkig heb ik een geduldige dame naast mij fietsen die het woord voert als het mij teveel wordt en aan wie de mannen minder durven vragen; ja de sexen zijn hier nog serieus gescheiden (op de bus zitten vrouwen achteraan en mannen vooraan). Het woord soutien gaf hier onder getrouwde mannen een gegniffel dat ik bij ons alleen 8-jarige jongens zie doen; hopelijk komt na de Islamitische ook nog enige vorm van sexuele revolutie. Aan de ander kant is mannen-intimiteit (ik kan het niet anders noemen) hier de gewoonste zaak van de wereld; mannen die kussen dat kennen we in België ook wel maar hand in hand wandelen en gesprekken voeren vind ik toch al iets ongemakkelijker en blijkbaar vond niemand het vreemd dat mijn gesprekspartner op de bus met zijn vingers tussen mijn hemdsknopen zat te spelen; langs de weg roepen volwassen mannen met baarden mij “I love you” toe en ik kreeg al twee keer rozen van potige kerels; daarvan gaat den Tim op den duur serieus blozen en verlangen naar de Vlaamse stugheid. Maar ik ga nu al een stuk mee en kus-hug nu ook elke man die ons helpt of goeie raad geeft.

Momenteel zitten we in Tehran om een aantal visa te regelen voor de komende stan-landjes. Het plan is om Esfahan en Yazd te bezoeken en dan via Mashad Turkmenistan binnen te rijden.

Maar dat is voor juli. Hele warme groeten!

Dag Turkije, hello Iran

Turkije - Yuksekova


Na anderhalve maand Turkije fietsen we morgen de grens over met Iran. Na een ontspannen boottochtje over het Vanmeer zijn de hoogterecords de afgelopen dagen flink gesneuveld (de laatste pas was meer dan 2700m) en die fotootjes wilden we jullie niet onthouden. De volgende post kan een tijdje op zich laten wachten, we weten nog niet wat internet in Iran zal geven. En ik (Tine) zit voor een stuk in het nieuw (Iraanse outfit + nieuw wiel op mijn fiets) dus zijn we helemaal klaar voor Iran!

Groetjes vanop de grens!

Quick & Flupke in Oost-Turkije

De landschappen volgen elkaar snel op. Via een enorme vlakte (gelukkig met rugwind) bereikten we Cappadocia. Voor de stedenbouwkundigen/architecten onder jullie: zeer interessante concepten van wonen! Ondergrondse steden van soms meer dan 10 niveau’s (inclusief plaats voor de koeien), woningen uitgehouwen in rotswanden en in vrijstaande door de natuur uitgesleten “schoorstenen” (of fallussen, het is maar hoe je het bekijkt). Voor de niet-architecten: een unieke streek om even op adem te komen en te verdwalen in de vele valleien.

De bus bracht ons daarna tot Gaziantep in het Koerdische deel van Turkije. Via Sanli Urfa (waar heilige karpers goed gevoerd worden door de vele Turkse toeristen) fietsten we gezwind richting bergen. In deze regio dreigen volledige dorpjes en hun bijhorende erfgoed onder water te verdwijnen door de plannen om een groot stuwmeer aan te leggen. Één van de voorstellen is blijkbaar de historisch waardevolle gebouwen op ware schaal te reconstrueren (ik zie een paar restauratie-collega’s bleek wegtrekken als ze dit lezen). Mede hierdoor is het dorpje Hassankeyf een toeristische trekpleister binnen Turkije geworden waardoor de plannen misschien nog worden uitgesteld. Vooral schrijnend om te zien hoe sommigen emotioneel worden bij de gedachte alleen. Wij wasten er lijf en kleren in de Tigris.

We fietsten verder omhoog via de schitterende berglandschappen van Mesopotamië (geen foto’s: verwarring over wie de camera bijhad). Liters zweet later bereikten we het Van-meer (bijna zo groot als België). Hier bereiden we ons voor op het volgende deel van de reis: Iran! Maar eerst nog een aantal bergpassen boven de 2000m tot aan de grens. De fleecekes zullen weer dienst doen.

Communicatie

Ons gebrekkig begrip van het Turks leidt soms tot misverstanden:

  • In Oost-Turkije is ‘auf wiederzien’ blijkbaar smakelijk eten. (en geen Duits met haar op zoals ik eerst dacht)
  • Een schapenhoeder heeft tot twintig keer toe “ies swietsjere” in ons oor geroepen. Wij begrijpen nog steeds niet of hij nu echt niet doorhad dat we geen Zwitsers zijn of dat hij iets anders bedoelde

De non-verbale communicatie is anders niet mis te verstaan:

  • Als een Turk zegt dat iets er niet is komt er een wegwerpgebaar van de handen aan te pas, gaat het hoofd achteruit en wordt de neus opgetrokken tot achter de oren. Duidelijk, toch?
  • De vraag of we getrouwd zijn gaat steeds gepaard met suggestief langs elkaar wrijvende wijsvingers (of is dit mijn zieke geest die daar teveel betekenis aan geeft?)

De richtingsaanwijzingen zijn minder duidelijk: een slap handje maakt een beweging die zowel de weg links als rechtdoor kan aanduiden.

De meeste Turken in het Oosten zijn twee- of drietalig (Turks, Koerdisch, Arabisch), sommigen spreken ook een woordje Engels:

  • De vraag “my name is?” beantwoorden we ondertussen met Quick & Flupke
  • “Tourist, tourist!” wordt ons regelmatig toegeroepen langs de kant van de weg. Klinkt bijna als een scheldwoord na 100 keer per dag. Één keer werd het zelfs “Tourista” (is dat geen vuile darmziekte?)
  • Liefhebbers van spectaculaire onweders: Mesopotamië is de place to be; hier spreekt god (of allah) nog frequent tot de mens (maar ook hier waren er weer communicatieproblemen)

Kortom: het communiceren is soms vermoeiend. Heel goed te begrijpen dat iedereen wel benieuwd is naar wat wij hier in godsnaam komen uitvreten met die fietsen, maar ons verhaal wordt steeds korter. Je kan moeilijk evenveel energie steken in elke ontmoeting.

Faits divers:

  • De stijgende temperaturen (boven de 30 graden) doen ons steeds vroeger aan de dag beginnen. Onze beste prestatie tot nu toe: 75km gefietst voor de middag!
  • We zijn ondertussen beste maatjes met wegenwerkers & tankstationuitbaters (die ons van theetjes & een beetje schaduw voorzien langs de weg).
  • De voetbalpronistiek van Tim voor de voetbalmatch België-Turkije wordt op hoongelach ontvangen (5-0 is toch mogelijk, niet?)
  • In het stadje Kurtalan komen bijna nooit toeristen. Heel leuk parkje om een watermeloen te verorberen, maar de tientallen nieuwsgierigen lieten ons toch nog een eindje verder fietsen.
  • Ondertussen zijn we experts geworden in het drinken van mierzoete theetjes en verorberen van zonnebloempitten.
  • Met je linkerhand eten wordt niet door iedereen even goed onthaald. Ik (Tine) ben ondertussen perfect 2-handig!
  • 8 dagen aan een stuk fietsen is voorlopig de limiet voor de kont.
  • We hebben de 3000km bereikt.
  • Ik (Tim) word na een intensieve bronzage, turkse haar- en baard-cut (met nek-kraking op het eind) en turkse broek en hemd aanzien als een echte turk-koerd; dus krijgen we vaker het niet-toeristen-tarief aangerekend.
  •  Syrië hebben we op 10km aan onze linkerzijde gelaten, ook de wegwijzers naar Irak volgen we toch maar niet.
  • We doen vrolijk mee met de kousen-in-sandalen trend. We zijn al een tijdje onderweg, hé.

Voor de liefhebbers

Op de kaart probeer ik elke slaapplaats aan te duiden, zo kan je een beetje volgen waar we zitten. De foto’s zijn ook voorzien van iets meer commentaar (waar platte rust niet goed voor is)

Ook een bedankje voor webmaster Peter voor de mooie verjaardagsfoto’s (ondertussen zijn we allebei wel iets slanker geworden) en het helpen van 2 IT-leken!

tandje minder tandje bij

Het fietsen zoals het is… een verslagje van Tim

Turkse gastvrijheid

De eerste bergen-heuvels brachten ons naar Baklan, dat dorp ligt in een schitterende hoogvlakte. In Baklan zochten wij slaping en in het thee-huisvroegen we dus eens de faciliteiten na. Cesae de plaatselijke minibus-chauffeur wilde ons graag helpen met een hotel voor “no money”, alleen moest hij nog even een ritje doen en zou hij ons om 21u oppikken want hij woont wel een dorp verder. Wij gaan dan ondertussen iets eten en nog een theetje drinken.
Geen 5 minuten later staat er een andere man aan onze mouw te trekken en doet een gebaar dat ik interpreteer als dat hij een mooi kampeerplekje weet vlakbij bovenop de heuvel; wij dus mee naar boven met velo en al en daar blijkt die plek een moskeetje te zijn. Die man gebaart nog steeds met zijn handen langs zijn hoofd alsof wij daar mogen slapen; ik dus naar binnen en snel merk ik dat er daar al 4 mensen heel lang liggen te slapen en dat het wel luguber lijkt om daar te gaan bijliggen. Hij wou ons de toch wel bijzondere plek tonen waar de dorpsstamvader sinds 600jaar begraven ligt.
We mogen wel mee-eten bij de man thuis en douchen; ook krijgen we meermaals aangeboden dat we ook daar of bij vrienden mogen blijven slapen.
Tine herinnert mij meermaals aan de belofte tavCesae en na een stevige maaltijd afgerond met een rijstpapje en thee staat Cesae in de striemende regen onze fietsen in te laden. Wij dus mee in de minibus naar Dagal en Cesae kent de weg gelukkig goed want in de stekke-donker en aan (voor fietsende mensen) een rotvaart brengt hij ons naar zijn huis waar we de echte gastvrijheid leren kennen; opnieuw avondeten en tot laat die avond converseren we met Cesae, zijn vrouw, schattige dolle dochter van 3 en zoon.

We slapen lekker en de volgende ochtend wordt me direct duidelijk dat ik niet graag afscheid ga nemen. Bij het ontbijt eten we alles wat zijn bahce (tuin, in dit geval wel meerdere tientallen hectaren) voortbrengt : papaverpasta, sesampasta (baklava), en nog veel lekkers.

De natuur voelt met ons mee want op het moment dat we met een krop in de keel en natte ogen salu zeggen begint het te miezeren om die dag niet meer op te houden. Deze mensen wil ik graag nog eens terugzien!

Tandje minder – tandje meer

Na 60 km miezerige bergop en af en een striemende tegenwind gaan we onderdak in een goedkoop motel in het troosteloze Dinar.

De dag erna schijnt de zon en is de wind wel nog van de partij en dat zelfs bergop, steke Verbeke.
We denken dat Egirdir wel moet lukken maar na 98km besluiten we toch dat een prachtig strand aan het meer onze slaapkamer wordt. Die nacht slapen we niet zo goed, Tim heeft last van de 200 brulkikkers die onze slaapkamer blijken te delen en Tine heeft tandpijn. maar wat een plaats om te ontbijten!

 
 
Egirdir lag nog 50 km verder en dat lukt de dag erna wel al moet Tine Paracetamol in haar pulle doen om de pijn draaglijker te maken.
Daar kruipt Tine van de pijn weg in ons strandhuis (aan hetzelfde meer, ja een kreek is het niet echt) en papt Tim aan met de plaatselijke jeugd. Later die middag krijgen wij van hen een gratis rondleiding in een turkse boom-car; dolle pret! Op het einde van de BBQ (banaan met chocolade, jammie!) wordt duidelijk dat Tine echt wel een tandprobleem heeft.

Naar de tandarts met een bang hart (verdoven ze hier wel?; is die black&dekker van de tandarts of van de werkman?). Blijkt dat Tine in België slecht behandeld werd toen ze net voor ons vertrek nog een vulling liet vervangen, de wortel is aan het afsterven en wordt er vakkundig uitgehaald door een sympathieke tandartse. Ondertussen papt Tim aan met de verpleegsters.

Na 5 dagen niet fietsenen regen tot donder was de honger naar de fiets groot en gelukkig maar want we moesten een pas over van 1700m en het werd zomer (en Tim werd 36, piwupiwupiwu).

De ontvangsten blijven hartelijk! we krijgen hier meer eten in ons zakken gestopt dan we er kopen en de theetjes vloeien rijkelijk. Ons bezoek aan de basisschool van Reis was ook super onder andere om ze naar België te zien zoeken op de wereldkaart in de buurt van Angola.

Wij doen een poging om de weg beter te vinden, al dan niet met succes. Gelukkig hebben sommige turken beter opgelet in de les aardrijkskunde en worden we voorzien van detailkaartjes met pen en papier.

Op naar Capadocia!